Mijn schrijfwerk
Echte mensen, echte pijn
Ik put uit mijn eigen ervaringen en verbeeldingskracht. Die vormen de grootste inspiratie voor al mijn verhalen. Mijn eigen pijn is de basis.
Andere bronnen van inspiratie zijn de verhalen die ik tijdens mijn carrière als SPH-er tegen ben gekomen. Als hulpverlener werd het me al snel duidelijk: everybody hurts sometimes. Iedereen worstelt in het leven, voornamelijk met zichzelf. Oud zeer, depressies, chronisch ziek zijn, een neurodivers brein in een neurotypische wereld, verslaving als coping, het niet kunnen vinden wat je denkt dat je zoekt – de lijst is eindeloos. We hebben allemaal onze eigen pijn, en gaan er allemaal op onze eigen manier mee om. Waar dat je brengt? Dat blijft een mysterie tot je daar bent.
Verder raak ik geïnspireerd door verhalen om me heen. Boeken die ik lees, verhalen in de krant waarvan ik soms denk ‘no way dat dit écht gebeurt’, films en series, en muziek.
Waarom psychologische thrillers?
Van origine schrijf ik verhalen die je classifiseert onder ‘horror‘, simpelweg omdat ik in mijn korte verhalen veel speel met het bovennatuurlijke – het randje tussen werkelijkheid en realiteit.
De monsters in mijn verhalen zijn echter (bijna) altijd een manifestatie van iets diepers. Een existentiële angst, trauma’s, onverwerkt verdriet.
Dat heeft me ertoe gezet mijn psychologische thriller te schrijven. Hierin laat ik geestelijke gezondheid, trauma en het bovennatuurlijke in elkaar overvloeien. De vraag is niet: ‘wat is echt?’, maar: ‘kan ik mijn duisternis omarmen?‘
Het verhaal draait om generationeel trauma / generationele patronen en dat je geen slachtoffer van je verleden en je donkere geest hoeft te zijn.