Skip to main content

annekopala.com

Een boek schrijven met ADHD

Een boek schrijven met ADHD: obstakels en stimulansen

In 2023 ben ik gediagnosticeerd met ADHD. Ik was toen 32. Die diagnose maakte een hoop los: van opluchting tot woede.

  • Opluchting, omdat ik eindelijk niet meer naar mezelf hoefde te kijken als een faalhaas
  • Woede, omdat het pas zó laat gediagnosticeerd is: wat had er van mij kunnen worden als ik in de kindertijd de diagnose had gehad?
  • Verward: wat is persoonlijkheid en wat is ADHD?
  • Nieuwe survival-mode: expert worden in ADHD en me bedenken wat voor therapieën ik moest gaan volgen om ‘beter’ met ADHD om te gaan
  • Experimentele fase: heb ik baat bij medicatie? (spoiler alert: nope, dat werkt voor mij niet).
  • Acceptatie (zijn we nu pas, in 2026!)

Ik heb de afgelopen jaren mezelf opnieuw moeten leren kennen. Het is ‘makkelijk’ om veel gedrag toe te schrijven aan ADHD, maar het is net zo makkelijk om je gedrag 100% te koppelen aan je persoonlijkheid, waardoor ADHD verweven wordt met je hele identiteit. Ergens is dat heel logisch als je pas zo laat de diagnose krijgt, want je hebt inmiddels je overlevingsstrategieën. Bij welke heb ik baat en welke zijn eigenlijk heel destructief?

Gedurende deze jaren ben ik ook weer meer gaan schrijven, wat weer andere obstakels op mijn pad bracht. Over die obstakels ga ik het vandaag hebben: wat maakt nou dat een boek schrijven met ADHD net een beetje anders werkt? Waar loop ik tegenaan dat toe te schrijven is aan het hebben van een neurodivergent brein (in een neurotypische maatschappij)? En wat helpt mij juist? Zo hoop ik je op een persoonlijkere manier mee te nemen in mijn schrijfreis van Onderhuids™.

Time management

Geen tijd voor een alinea waarin ik uitleg wat ADHD is; Google maar 😉
We duiken meteen in een groot obstakel: het indelen van mijn tijd. Daar heb ik al zolang ik me kan herinneren moeite mee, en waarschijnlijk niet op de manier waarop jij nu denkt. Ik kan namelijk prima plannen, maar:

  • Ik plan een dag van tevoren alles wat ik moet weten voor de volgende dag, zodat die dag een goede start heeft
  • Route naar succes? Think again, want ik ben er dus die hele dag mee bezig: ik heb geen rust tot ik de dag gepland heb en weet hoe of wat. Dit noem je obsessie. Dat kan ik met ALLES hebben, maar we blijven nu even bij ‘plannen’ en ‘time management’ met ADHD.
  • Naast het feit dat zo’n obsessie best vervelend is – want ik denk alleen dááraan – verloopt de dag nooit zoals ik bedacht had, omdat ik tijd niet goed inschat. Ik denk namelijk nog steeds dat ik mijn make-up binnen 10 minuten heb gedaan, terwijl ik daar minimaal 30 minuten over doe. Calculeer ik het wél goed in, dan heb ik tijd over, ga ik scrollen op social media, te laat naar het toilet en vertrek alsnog 5 á 10 minuten later dan gepland.
  • Als er tussendoor iets in mijn hoofd schiet of als ik een bericht krijg met de vraag of ik iets wil doen, dan moet het nu. Later bestaat niet, dan vergeet ik het.

Maar wat heeft dat nou met het schrijven van mijn boek te maken?
Als mijn dag niet loopt zoals gepland, heb ik dus minder tijd dan gedacht over om aan mijn thriller-roman te werken.  Daarnaast ervaar ik veel stress als mijn planning uitloopt, wat veel energie kost.

Energie management

Over energie gesproken: tijd is niet het enige obstakel wat ik ervaar bij het schrijven van een boek met ADHD. Eigenlijk is energie een veel groter obstakel. Ik heb er per definitie al niet veel van. Waarom weet ik niet, ik weet alleen dat ik al 35 jaar moe ben.

  • slaapproblemen
  • prikkels komen hard binnen. Deze kan ik niet filteren: mijn brein denkt dat alle prikkels tegelijkertijd dezelfde aandacht nodig hebben.
  • mijn hoofd staat altijd aan, waarbij er minimaal 20 tabbladen open staan, en waarbij Spotify 3 liedjes tegelijk afspeelt.
  • stress door slechte time-management, onhandigheid, slordigheidsfouten, en een zenuwstelsel dat al 35 jaar 24/7 ingesteld is op ‘gevaar’.
  • huishouden bijhouden, huisdieren verzorgen, sociaal zijn, kost mij meer energie dan iemand zonder ADHD, omdat ik:
    • de troep pas zie als het te veel is en dan overweldigd raak
    • mijn huisdieren veel zorg nodig hebben
    • sociale activiteiten betekenen dat ik uren moet bijkomen van alle prikkels en onderwerpen.

Onder andere deze dingen zorgen ervoor dat mijn energie-niveau heel erg wisselt. Ik kan daarom geen dagelijks schrijfdoel instellen, want dan laat ik mezelf opzettelijk falen. Ik red dat gewoon niet, of ik schrijven nu combineer met een baan in loondienst of voltijds schrijf. Alles kost me zo veel energie dat ik vaak rond 7 uur in de avond al in slaap sukkel. Ik ben dus doorgaans te moe om na een werkdag te schrijven.

Maar: na 22.00 uur word ik juist wakker. En dán wil ik schrijven, maar ik moet naar bed, want anders houd ik het leven al helemaal niet meer vol. Dus lig ik in bed te denken aan mijn boek en me rot te voelen dat ik niet doe waar ik het meest van houd: schrijven.

RSD en Imposter Syndrome

Mooi bruggetje naar de volgende obstakels: RSD en Imposter Syndrome.
Sorry, wat!? Dit ga ik even kort uitleggen.

RSD: Rejection Sensitivity Dysphoria

RSD is een ‘aandoening’ die veel mensen met ADHD herkennen, omdat mensen met ADHD vaak als kind veel kritiek over zich heen kregen over zaken waar ze niks aan konden doen, en omdat het ADHD-brein doorgaans moeite heeft met emotie-regulatie. Hoe het eruit ziet:

  • Feedback op werk kan gezien worden als kritiek op de identiteit: ‘mijn werk is fout, dus IK ben fout’, wat geïntepreteerd wordt als afwijzing en zeer heftige emoties met zich meebrengt.
  • Perfectionisme: alles om die kritiek te voorkomen
  • Woede & verdriet uit machteloosheid: waarom gaat alles fout? waarom doe ik alles fout?
  • Aanpassen: chame-chame-chame-chame-chame-chameleon! Je 100% aanpassen aan iedere situatie en elke verwachting.

Imposter Syndrome

De twijfel aan je eigen kunnen, en je successen bagatelliseren:

  • je successen schrijf je nooit toe aan jezelf, maar altijd aan anderen, omstandigheden, of je noemt het ‘geluk
  • hele hoge eisen aan jezelf stellen (die je nooit aan een ander zou stellen)
  • altijd bang zijn dat je fouten maakt of door de mand valt (want je denkt dat je maar wat doet en iemand moet dat een keer zien)
  • zodanig je best doen + je ADHD maskeren, zodat je altijd op je best bent en men je ‘echte ik’ niet zien.

Nu je weet wat RSD en Imposter Syndrome is, kun je je voorstellen dat dit erg vermoeiend is om daar dagelijks mee te moeten dealen. Daarnaast vormen deze denkwijzen een groot obstakel bij het schrijven van een boek, want ik denk 24/7 dat mijn boek niet goed genoeg is en dat IK dus niet goed genoeg ben. En als er positieve reacties komen, zoals op mijn achterflap, dan denk ik weer dat dat gewoon toeval of geluk is. Hierdoor voel ik me nooit écht succesvol en dat is best een beetje zwaar.

Routine versus spontaniteit

Nu we het grootste zwaartepunt hebben gehad, kan ik over iets schrijven wat juist helpend is bij het schrijven van mijn thriller. Waar anderen zweren bij een strenge routine, ben ik toch meer van de spontaniteit:

  • Ik schrijf 1 keer per week. Dit is een haalbaar doel. Als ik een goede week heb, schrijf ik vaak meer.
  • Ik schrijf hoeveel woorden ik schrijf. Dat kunnen er 500 zijn, maar ook 5000 in één keer. Het is allemaal prima.
  • Ik schrijf niet chronologisch, maar werk aan de scènes waar ik aan wil werken op dat moment. Ik heb gemerkt dat ik daardoor makkelijker en beter schrijf.
  • Ik heb mijn plot uitgewerkt volgens de 3-akte-structuur en heb een scène-plan, waar ik op kan terugvallen als de chaos in mijn hoofd te veel wordt. Maar verder zoek ik vaak tijdens het schrijven dingen op waar ik niks over weet, zodat ik het meteen kan verwerken.

Overigens is het hebben van een routine niet per se slechter dan spontaner te werk gaan, en andersom ook niet. Het is maar net wat je helpt om je boek te schrijven, en de spontane weg zorgt voor mij voor minder obstakels.

Is hyperfocus écht zo’n ding?

Ja, hyperfocus bestaat echt. Ik kan oprecht tijdens het schrijven van mijn boek helemaal verdwaald raken in de taak en vervolgens vergeten te eten of plassen (of er geen tijd voor maken, want bezig). Zodra de hyperfocus wordt verbroken, krijk ik het namelijk niet altijd terug, dus wil ik zo lang mogelijk in dat moment hangen. Ik kan je vertellen dat ik het nu ook heb bij het schrijven van dit blog. Ik zal maar eens gaan plassen…

Goed, waar was ik? Oh ja, hyperfocus. Ik zeg niet dat alles wat er tijdens de hyperfocus wordt geschreven een meesterwerk is, maar ik zeg ook niet dat dat niet zo is ;). Het is in ieder geval heerlijk dat ik me tijdens deze momenten 100% kan richten op 1 ding, waarbij mijn hoofd geen uitschieters maakt naar zaken die er niet toedoen. Gewoon ik en mijn boek.

Verwachtingen en voortgang van mijn boek

Deze is dubbel, want ik heb altijd hele hoge verwachtingen van mezelf (denk even terug aan de RSD), en ik heb altijd het gevoel dat ik mijn boek tekort doe.

  • Dat ik er te weinig tijd in steek
  • Dat ik te langzaam schrijf
  • Dat mensen hun interesse erin verliezen als het niet nu af is
  • Dat het boek niet goed genoeg is
  • Dat niemand het wil uitgeven
  • En ten slotte: dat niemand het leest.

Ik denk constant: ik moet schrijven, want het moet af, en dat moet nu. Daardoor voel ik erg veel druk, waardoor het juist niet lukt om te schrijven. Maar ontspannen kan ik ook niet. En daar komen we weer op ADHD: mensen met ADHD kunnen moeilijk ontspannen, omdat we continu het idee hebben dat we iets moeten doen. Niet vanuit het idee dat we iets vergeten zijn, maar omdat we onrustig zijn in hoofd en lijf. Daarnaast denk ik – vanuit RSD en Imposter Syndrome – ‘als ik niet aan mijn boek werk als ik vrij ben, dan ben ik dus een fop-schrijver, want anderen doen dat wél’. Daardoor ben ik de hele dag onrustig in plaats van dat ik mezelf toesta even niets te doen. De paradox: als ik mezelf dat wél toesta, dan is de kans veel groter dat ik toch even lekker ga schrijven – vanuit ontspanning en plezier.

Go with the flow

Het meest helpende voor mij en mijn ADHD bij het schrijven van mijn thriller-roman: go with the flow.
Het leven komt zoals het komt en hoe meer ik tegen die stroom vecht, hoe minder energie ik overhoud voor schrijven. Als ik  accepteer dat ik mindere dagen heb waarop ik blij moet zijn als het me lukt 8 uur werk vol te houden, dan hoef ik er niet wakker van te liggen, en is de kans op een betere of zelfs goede dag een stuk groter.

Ik plan schrijven op een vrije dag, zodat de kans het grootst is dat ik daadwerkelijk aan mijn boek werk. En 9 van de 10 keer lukt dat dan ook. Vaak kan ik dan in het weekend ook nog een momentje pakken. Lukt het niet, dan mag ik aardig zijn voor mezelf en kijken of een ander moment beter schikt.

Geen druk om een ‘perfecte scène’ te schrijven. De woorden die komen, die schrijf ik op. Later kan ik het altijd nog aanpassen en dat is helemaal prima.

Ik geniet van dit schrijfproces, ook al ik even worstel. Want ik doe het tenminste.

Het is niet makkelijk om met de flow mee te gaan, maar ik doe mijn best. Hoe ouder ik word, hoe beter ik leer wat écht belangrijk is in het leven en hoe beter het lukt om prioriteiten te stellen. Mijn prioriteiten de rest van het jaar:

  • Mijn thriller afschrijven + pitchen bij uitgevers
  • Nieuwe baan volhouden
  • Gezondheid.

Ik ga ervan uit dat het lukt, want een voordeeltje van die obsessie waar ik het eerder over had: als ik iets in mijn hoofd haal, dan maak ik het waar. Soms duurt het langer dan gehoopt, maar ik kom er altijd.